A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
ADV-dagen: Oudere werknemers in de social profit (vanaf 45 jaar) hebben recht op extra verlofdagen. Dit zijn de zogenaamde ADV-dagen of arbeidsduurverminderingsdagen
Beroepenfiche: een beroepenfiche bevat alle informatie over een bepaald beroep (wat de job concreet inhoudt, waar je kan werken, ...) en welke opleidingen je kan volgen om aan de slag te gaan binnen het beroep. Klik hier voor de beroepenfiches van de social profit.
Beschutte en sociale werkplaatsen: in een beschutte werkplaats werken mensen met een arbeidshandicap. Sociale werkplaatsen verschaffen werk aan zeer moeilijk bemiddelbare werkzoekenden. Werknemers van beschutte en sociale werkplaatsen kunnen tijdelijk of definitief niet in het normaal economisch circuit terecht. De activiteiten van beschutte en sociale werkplaatsen bestaan vaak uit montagewerkzaamheden, verpakkingswerk, hout- en metaalbewerking en groenzorg. Ook de kringloopcentra zijn sociale werkplaatsen.
Cao: staat voor collectieve arbeidsovereenkomst. Een cao is een akkoord dat gesloten wordt tussen één of meerdere werknemersorganisaties en één of meerdere werkgeversorganisaties of één of meerdere werkgevers. In dit akkoord worden individuele en collectieve betrekkingen tussen werkgevers en werknemers in ondernemingen of in een bedrijfstak vastgesteld. Tevens worden de rechten en verplichtingen van de contracterende partijen geregeld.
Competentie: de reële en individuele capaciteit van individuen om theoretische en praktische kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen aan te wenden, in functie van de concrete, dagelijkse en veranderende werksituatie en in functie van persoonlijke en maatschappelijke activiteiten.
Competentiemanagement: Competentiemanagement is het geheel van activiteiten dat tot doel heeft de aanwezige en noodzakelijke competenties bij medewerkers in kaart te brengen, te ontwikkelen en af te stemmen op interne en externe ontwikkelingen in de organisatie om zo de missie en doelstellingen te helpen verwezenlijken.
Duale projecten: in een duaal project combineert een werknemer (bij)scholing met werken. Vaak leidt deze opleiding tot een diploma. Zo kan de werknemer doorgroeien in de organisatie. Ofwel stroomt hij door naar een andere/hogere functie ofwel krijgt hij een uitgebreider takenpakket.
Duobaan: van een duobaan is sprake wanneer twee personen verantwoordelijk zijn voor de resultaten die behoren bij één functie. Ze vormen het kleinste team in de organisatie.
Ervaren werknemers: ervaren werknemers zijn werknemers, jong of oud, die relevante kennis, vaardigheden en ervaring, nuttig voor de organisatie, bezitten. Zij kunnen al deze vormen van kennis overdragen naar nieuwkomers binnen de organisatie. Overdracht van kennis is belangrijk en geeft instellingen een voorsprong op soortgelijke instellingen waar geen aandacht wordt besteed aan kennisoverdracht. De term ‘Ervaren werknemer’ wordt in het kader van een leeftijdsbewust personeelsbeleid ook wel gebruikt voor de zogenaamde ‘oudere’ werknemer.
Ervaringsfonds: het Ervaringsfonds is een overheidsinstelling. Het is er op gericht 45-plussers langer op de arbeidsmarkt te houden. Het Ervaringsfonds biedt hiertoe financiële ondersteuning aan bedrijven en sectoren. Bedrijven krijgen die middelen voor het meten, diagnosticeren en optimaliseren van factoren die bepalen of 45-plussers aan de slag blijven. Sectoren voor het ontwikkelen van sensibilisatiecampagnes, meetinstrumenten en diagnosemethodes.
ESF: Het Europees Sociaal Fonds is het belangrijkse financiële instrument waarover de Europese Unie beschikt om in mensen te investeren. Het ESF ondersteunt de werkgelegenheid.
EVC: EVC is de afkorting van Erkennen van Verworven Competenties. EVC beoogt de erkenning, waardering en verdere ontwikkeling van wat een individu heeft geleerd in elke mogelijke leeromgeving: in een formele omgevinge zoals de school of in een niet-formele of informele omgeving zoals de werkplaats of thuis. Het instrument EVC brengt de kennis en kunde in beeld die mensen op een bepaald moment hebben.
EVC-procedure: de EVC-procedure verloopt meestal volgens een vast stramien, namelijk:
Herkennen: De verworven competenties worden in kaart gebracht en bewezen of gedocumenteerd.
Beoordeling: De relevante verworven competenties worden getoetst aan standaarden. Een standaard is het referentiekader waarin de competenties beschreven staan die als ijkpunt gelden bij de beoordeling. Deze standaarden worden uitgewerkt op basis van beroepsprofielen of competentieprofielen.
Erkenning: De competenties worden gevaloriseerd op grond van een onafhankelijke toetsing van competenties. Door de competentie-bewijzen wordt een civiel effect toegekend aan de bekwaamheid.
FE-BI: FE-BI is de Vereniging van Federale en Bicommunautaire Sociale Fondsen. FE-BI is een overkoepelend orgaan van de Fondsen voor Bestaanszekerheid die behoren tot de paritaire (sub)comités) van de federale en bicommunautaire gezondheidsdiensten (PC 330), de opvoedings- en huisvestingsinstellingen (PC 319) en de socioculturele sector (PC 329).
Franstalige, Duitstalige en bicommunautaire welzijns- en gezondheidssector: omvat de welzijns- en gezondheidsinstellingen en –diensten die door de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Gemeenschappelijke of Franse Gemeenschapscommissie of de Duitstalige Gemeenschap worden erkend en/of gesubsidieerd of die onder hun bevoegdheid vallen.
Functiedifferentiatie: functiedifferentiatie is het creëren van functies met verschillende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Bij functiedifferentiatie gaat het om de taken die aan een functie worden gekoppeld. De organisatie bepaalt de samenstelling van het takenpakket van de functionaris en kan taken toevoegen of weer afnemen. De invulling van functiedifferentiatie is afhankelijk van de afspraken tussen werkgever en werknemer. Er is een onderscheid tussen horizontale en verticale functiedifferentiatie.
Gezinszorg: een dienst voor gezinszorg biedt aangepaste thuishulp voor alle leeftijdscategorieën en doelgroepen zoals jonge gezinnen, bejaarden, tijdelijk of permanent zorgafhankelijke mensen.
Jobrotatie: jobrotatie is een doorschuifsysteem waarbij werknemers in een team of afdeling onderling van plaats wisselen met een bepaalde regelmaat. Zo voeren ze afwisselend verschillende functies en takenpakketten uit.
Lerend netwerk: Een lerend netwerk is een groep van mensen die leren expliciet als doelstelling neemt. Binnen een lerend netwerk ontmoeten ze elkaar op gestructureerde wijze en op geregelde tijdstippen om praktijkgerichte informatie, kennis en ervaring uit te wisselen.
Mentorschap: een mentor is een ervaren beroepsbeoefenaar die een beginnende collega of stagiair begeleidt bij het uitvoeren van zijn beroepstaken. De mentor neemt meerdere rollen op: instructeur, vraagbaak, raadgever, beschermer, netwerker, organisatietolk, collega, …
Sommige organisaties spreken over peters of (werkervarings-)coaches.
NACE-code: de NACE-code is een cijfercode die door de Europese Unie en haar lidstaten toegekend wordt aan een bepaalde klasse van economische activiteiten (al dan niet commercieel). Dit is bedoeld als hulpmiddel bij het opstellen van economische statistieken en overzichten. Veel bedrijven oefenen verschillende activiteiten uit. De NACE-code die een bepaalde "economische eenheid" (bedrijf, instelling ...) krijgt, is die van de "hoofdactiviteit". Hier vind je de NACE-codes van de socialprofitsector.
Opvoedings- en huisvestingsinstellingen: de opvoedings- en huisvestingsinstellingen staan in voor de zorg, begeleiding en ondersteuning van heel wat doelgroepen (kinderen, personen met een handicap, jongeren, ouders, ouderen, gezinnen). De organisatievormen zijn dan ook divers. Zo vind je er zowel ambulante (zonder verblijf) als residentiële (met verblijf) voorzieningen.
Outplacement: outplacement is een geheel van begeleidende diensten en adviezen die in opdracht van de werkgever aan de werknemer worden verleend om hem in staat stellen om binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontplooien. De begeleiding gebeurt op vraag van en voor rekening van de werkgever.
R
RSZ-LATG: LATG staat voor loon- en arbeidstijdsgegevens, RSZ voor Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De RSZ-LATG is een databank van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Deze gegevensbank levert gecentraliseerde cijfers, in tegenstelling tot de gedecentraliseerde cijfers die gebruikt werden voor de berekening van de RSZ-werkgelegenheid. Voor de sectorale verdeling betekent dit dat in de gecentraliseerde gegevens het bedrijf (en zijn werknemers) ingedeeld wordt in de sector van zijn hoofdactiviteit, terwijl in de gedecentraliseerde gegevens de lokale vestigingen van een bedrijf (en hun arbeidsplaatsen) onder verschillende sectoren kunnen ressorteren.
RSZPPO: Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten
RESOC/SERR: RESOC staat voor Regionaal Economisch en Sociaal Overlegcomité. Het is een tripartiete overleg tussen werkgeversvertegenwoordigers, vakbonden en lokale besturen (zoals gemeenten, het OCMW en provincies). Ze geven advies over materies met een sociaal-economische dimensie. SERR staat voor Sociaal-Economische Raad van de Regio. Zij organiseert het socio-economisch overleg en advies van de sociale partners van de streek.
Skill-pooling: skill-pooling is er op gericht om oudere werknemers, in plaats van hen op brugpensioen te sturen of een gouden handdruk te geven, aan de slag te houden en nieuwe uitdagingen te bieden. Het achterliggend idee is om oudere werknemers uit te besteden aan andere, niet-concurrerende bedrijven die vervolgens mee kunnen genieten van de expertise die de medewerker in kwestie doorheen zijn of haar carrière heeft opgebouwd.
SLN: Het Vlaams Steunpunt Lokale Netwerken is de koepelorganisatie van de lokale, niet-commerciële aanbieders van begeleidingstrajecten naar werk. Deze organisaties worden ook wel 'derden' genoemd (naast de commerciële en publieke actoren op de arbeidsmarkt).
Socialprofitsector: in de social profit werken verpleegkundigen, opvoeders/begeleiders, begeleiders in de kinderopvang, socioculturele medewerkers, verzorgenden, monitoren in de beschutte en sociale werkplaatsen, administratief medewerkers, klusjesmannen ... . Zij werken in private of openbare organisaties in de gezondheids– en welzijnssector, de socioculturele sector en de sociale economie.
Socioculturele sector: de socioculturele sector is sterk uitgebouwd in Vlaanderen en dagelijks goed voor een hele reeks cursussen, uitstappen, lezingen, kinderactiviteiten, bijeenkomsten, tentoonstellingen, vaardigheidsoefeningen, sensibiliseringsacties, debatten... Hoe divers al deze activiteiten ook zijn, de vele organisaties in de sector hebben twee zaken gemeen, namelijk het uitgesproken engagement voor een bepaalde doelgroep en/of thema.
V
VVI: Verbond van Verzorgingsinstellingen. Het VVI veranderde haar naam begin 2009 in Zorgnet Vlaanderen.
VIVO: VIVO staat voor Vlaams Instituut voor Vorming en Opleiding in de Social Profit. VIVO is het sectoraal opleidingsinstituut van de social profit.
VIA: Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA) voor de socialprofitsector, gesloten in 2000. De algemene doelstelling van dit akkoord was het statuut van de werknemers die actief zijn in de Vlaamse socialprofitsector te optimaliseren. In dit akkoord verbinden de Vlaamse Regering en de sociale partners zich ertoe om in gezamenlijk overleg een aantal maatregelen te concretiseren
Vlaamse welzijns- en gezondheidsinstellingen en –diensten: dit zijn instellingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden erkend en/of gesubsidieerd. Concreet gaat het over volgende soort instellingen: centra voor geboorteregeling, centra voor tele-onthaal, sociale vrijwilligersorganisaties, diensten voor de strijd tegen toxicomanie, centra voor huwelijkscontacten, centra voor prenatale raadpleging, consultatiebureaus voor het jonge kind, vertrouwenscentra kindermishandeling, diensten voor adoptie, centra voor ontwikkelingsstoornissen, consultatiecentra voor gehandicaptenzorg, samenwerkingsinitiatieven inzake thuisverzorging en centra voor geestelijke gezondheidszorg.
Vlaamse welzijns- en gezondheidssector: deze sector omvat instellingen en diensten die door de Vlaamse Gemeenschap of de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden erkend en/of gesubsidieerd. Naast de Vlaamse welzijns- en gezondheidsinstellingen en -diensten strictu sensu (detail: zie Vlaamse welzijns- en gezondheidsinstellingen en –diensten) omvat deze sector ook de initiatieven rond kinderopvang met name de kinderkribben, peutertuinen, diensten voor opvanggezinnen, diensten voor thuisopvang van zieke kinderen, buitenschoolse kinderopvang
VSPF: VSPF is de afkorting van Vlaamse Socialprofitfondsen. VSPF is een overkoepelend orgaan van werkgevers- en werknemersorganisaties voor een tiental vormings- en socialemaribelfondsen van de Vlaamse non-profitsectoren.
VTO: VTO is het geheel van alle mogelijke vormings-, trainings- en opleidingsactiviteiten die kunnen georganiseerd worden. Ze worden samen genoemd, omdat zo alle formele leeractiviteiten vernoemd worden.
Zorgnet Vlaanderen: Zorgnet Vlaanderen is een netwerk van christelijke organisaties uit de gezondheids- en ouderenzorg. Zorgnet Vlaanderen telt meer dan 500 leden.