De verschillen in leeftijdscurve voor de drie grootste subsectoren binnen de NACE-codes voor de social profit, worden duidelijk in onderstaande grafiek.
Over het algemeen is de werknemerspopulatie bij de Maatschappelijke Dienstverlening jonger dan bij de Gezondheidszorg. De leeftijdsgroepen tot 45 jaar zijn procentueel meer vertegenwoordigd binnen de Maatschappelijke Dienstverlening. Vanaf 45 jaar slaat dat beeld om. Voor de Gemeenschapsvoorzieningen, waaronder de socioculturele sector, geldt in het algemeen dat het aandeel van de -25-jarigen relatief belangrijker is, wat zich dan weer vertaalt in lagere aandelen in de categoriën +40 jaar… behalve voor de oudste categorie van +60-ers.
Ook Jozef Pacolet en An Marchal besluiten in een studie: “Verder kunnen we uit de RSZ-LATG (private) tewerkstelling besluiten dat de sociaal-culturele sector een veeleer jonge populatie kent, met evenwel een toename van het aantal werknemers in de oudere leeftijdsgroepen.”